De MBO-innovatiemachine volgens Kim Putters: Van regionale uitvoerder naar regisseur van de toekomst
Zonder mbo geen ASML
Putters opende met het voorbeeld van ASML. Hoewel dit bedrijf vaak als een puur academisch succes wordt gezien, zijn het de mbo-opgeleide mechatronici en precisietechnici die de complexe machines daadwerkelijk bouwen en draaiende houden. Putters was heel stellig: "Zonder mbo-vakmanschap geen ASML".
Hoewel het imago kantelt — met een arbeidsparticipatie van 94% scoort het Nederlandse mbo het hoogste van alle OESO-landen — ervaren we in de sector nog dagelijks belemmeringen. Die zitten volgens de aanwezigen vooral in de huidige structuur van ons onderwijsstelsel en de houding van ouders die hun kinderen liever naar het hbo of de universiteit sturen. Bijzonder om te zien dat de mbo'ers in de zaal de oorzaak vooral buíten het mbo zelf leggen.

De innovatiemachine: Werkt hij al?
Een centraal thema in de keynote was de unieke koppeling tussen leren en werken (bol en bbl). Putters noemde dit de innovatiemachine van Nederland: de plek waar theorie en praktijk elkaar kruisen en vernieuwing concreet wordt.
Op het antwoord in welke mate het bedrijfsleven in de regio écht de verantwoordelijkheid voor opleiding en innovatie deelt kwam er uit het publiek een verdeeld beeld in de Menti: de samenwerking is er wel, maar wordt vaak als 'gedeeltelijk' ervaren waarbij de school nog steeds het meeste gewicht trekt.
Over de digitale toekomst was Putters opvallend optimistisch. Waar in Den Haag vaak met angst naar AI wordt gekeken, ziet Putters vooral kansen voor de vakman. Een timmerman die AI gebruikt voor planning of een verpleegkundige die ondersteund wordt bij diagnostiek, wordt machtiger in hun vak.
De grootste winst van AI zit volgens Putters in de tijd die vrijkomt. Door administratieve lasten te automatiseren, ontstaat er weer ruimte voor wat er echt toe doet: persoonlijke begeleiding en coaching. Maar, zo waarschuwde hij, technische innovatie kan nooit zonder sociale innovatie; het vraagt om een cultuurverandering op de werkvloer én in de school.
Regisseur van de regio
Kijkend naar 2035 is vakkennis alleen niet meer genoeg. De beroepen van de toekomst bestaan nu deels nog niet, wat wendbaarheid tot een kerncompetentie maakt. Dit vraagt om een nieuwe rol voor mbo-instellingen. Putters daagde de sector uit: wees niet langer alleen de 'uitvoerder' die gediplomeerden aflevert op bestelling van het bedrijfsleven. Word de regisseur van het leren in de regio.
Dit betekent ook een actievere rol in Leven Lang Ontwikkelen (LLO). De SER pleit er zelfs voor om publieke onderwijsinstellingen hier een wettelijke taak (en bijbehorende bekostiging) voor te geven.
Het mbo is de spil waar de samenleving op draait. Kim Putters deed wel een oproep tot actie. We moeten de 'innovatiemachine' niet alleen technisch op orde krijgen, maar ook de pedagogische en sociale verbinding blijven maken. De toekomst ligt in de handen van de vakmensen, mits wij de regie durven te pakken.
En?
Putters preekt hier natuurlijk voor onze eigen mboparochie. Het meer dan positieve verhaal werd dan ook instemmend ontvangen. De crux zit voor mij vooral in twee van zijn punten:
- 'De innovatieve kracht van het mbo'. Zo zou het inderdaad moeten zijn, maar we hebben nog een lange weg te gaan. Zolang we niet inzetten op verplichte docentprofessionalisering op vak én onderwijskunde zie ik dat niet gebeuren.
- 'Word de regisseur van het leren in de regio'. Daar zijn we nog niet goed in.

Reacties
Een reactie posten
Bedankt voor jou bijdrage aan dit blog.
JaapJan Vroom